Het ontstaan van de Salatiga Zending
De Salatiga Zending dankt haar oorsprong aan het werk van Mw. Elise Yohana Le Jolle (1824-1906), de Moeder van de Salatiga Zending.
Zij begon het woord der waarheid uit te strooien,
nadat haar echtgenoot, Van Vollenhoven die vanwege ziekte
de dienst had verlaten (hij was voormalig directeur van het
Militair ziekenhuis te Ambarawa), administrateur was
geworden van het landgoed Simo, ten oosten van de weg van
Salatiga naar Boyolali.
Doordat zij door het vele lezen in de Bijbel de "Vrede God's" had gevonden, raakte haar hart zo vervuld van wat haar was overkomen dat zij daarover met haar bedienden begon te spreken. Vervolgens zocht zij kontakt met Jelle Eeltjes Jellesma van het Nederlandsche Zendelinggenootschap (NZG) die haar twee Javaanse Christenen zond (een ervan genaamd Pieter) om de mensen daar verder te onderwijzen. Daarnaast zouden zij in dienst treden bij de familie.
Jellesma werd geboren te Hitzum in 1816 en was later boereknecht te Dongjum. Toen hij zich aanmeldde voor de zendingsschool te Rotterdam, werd hij ‘ten enenmale ongeschikt’ bevonden. Maar hij nam les bij een predikant en meldde zich opnieuw aan. Nu werd hij toegelaten en enkele jaren later werd hij op Oost-Java geplaatst. Daar verzamelde hij de Christenen te Modjowarno en maakte er een centrum van zending van. Een Christendorp ontstond, maar de bewoners zwermden uit en brachten ook elders de Blijde Boodschap. Jellesma leidde helpers op, die hem bijstonden en legde zo de grondslag voor het werk van het N.Z.G. op Oost-Java.
Jellesma
was ervan overtuigd dat de Javanen beter met het Evangelie
bereikt konden worden door inheemse voorgangers en medehelpers.
Deze mensen waren volgens hem meer vertrouwd met met de
eigenaardige redeneerwijze van hun "stamgenoten" en
ondervonden meer vertrouwen dan Europeanen.
Na enige tijd konden de eerste mensen te Salatiga gedoopt worden door de zendeling Wessel Hoezoo en het kleine kringetje bloeide aardig op.
Mw. Le Jolle, echter, kon niet langer meer in Salatiga blijven. Haar echtgenoot sukkelde hoe langer hoe meer met zijn gezondheid en ze moesten beiden naar Nederland terugkeren.
Tijdens het wachten op een scheepgelegenheid in Semarang
stierf haar echtgenoot echter, zodat Mw. Le Jolle alleen de
terugreis moest aanvaarden.
Voor haar vertrek had ze voor de kleine Christen-gemeenschap
een stuk land ter ontginning aangevraagd bij de regering, waar de mensen zich bij elkaar konden vestigen.
Zo ontstond in 1857 de Christen-dessa Wonoredjo.
In Nederland, vergat Mw. Le Jolle haar geloofsgenoten op Java niet, maar voorlopig kon ze voor hen niet meer doen dan bidden. Vanuit haar hervormde zendingsgemeente te Ermelo gaf zij echter toch de stoot tot het zendingswerk op Midden-Java.
Zij kwam in aanraking met DS. Hermannus W. Witteveen en vervolgens, in 1860, ging er vanuit dit stadje zelfs een zendeling, R. de Boer, een boerenzoon uit Telgt, naar Wonoredjo, om daar het kleine groepje christenen te verzorgen en van daaruit het Evangelie in de omgeving te verkondigen. Dat deed hij met grote ijver totdat hij in 1891 stierf.
Inspektor J. Sturzberg van de Neukirchener zending
Op verscheidene plaatsen vond hij navolging en er ontstonden andere kleine gemeenten. Op ongezochte wijze kwam toen Inspektor J. Sturzberg van de Neukirchener zending (Waisen- und Missionsanstalt) in 1884 in aanraking met het werk dat van Ermelo uitging. Deze zending te Neukirchen bij Moers am Rhein (nabij Duisburg) werd in 1880 door Pastor Ludwig Doll opgericht. Daar men te Neukirchen juist op zoek was naar een arbeidsveld, zag men hierin duidelijk God's hand, die hen de weg wees naar Java.
Van toen af zijn er uitsluitend zendelingen die te Neukirchen weren opgeleid, tot dat arbeidsveld in gegaan.
Op Java heerste na een lange droogte een hongersnood. om die reden werden ook artsen uitgezonden. In Salatiga werd een huis gekocht en als polikliniek ingericht. In de nieuwe missiekerk in Salatiga werden ook Chinezen uitgenodigd. zij waren veel opener dan de Javaanse moslims en in de jaren die volgden werden velen van hen gedoopt. Vanaf 1906 werden er ook scholen gebouwd en ingericht waaronder ook lerarenseminaries.
Langzamerhand verspreidde de Duits-Nederlandse Salatiga zending zich over het hele gebied van Noord-Midden-Java uit.
Zo waren er in 1912 in de 3 residenties Semarang, Pekalongan, Rembang, 10 zendingsposten met 24 bijgemeenten waar onderwijzers en helpers werkzaam waren. Ook waren er een aantal colporteurs die jaarlijks duizenden Bijbels en Bijbelboeken en andere christelijke lectuur verspreidden.
Uit de gezamenlijke arbeid van De Salatiga Zending (Ermelo Zending) en de Neukirchener Zending, is in 1937 de Gereja Kristen Jawa Tengah Utara. (GKJTU) ontstaan.
Eerste versie 7-8 maart 2010.
NB: Elisabeth Jacoba, geboren te Amsterdam op 7 maart 1824, was een dochter van Hugo de Wildt, rechter aan de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, en Susanna Carolina de Bije. Zij trouwde in 1843 te Batavia met David Dirk le Jolle (1795-1857), ritmeester O.I.L. en in 1859 met Willem Cornelis van Vollenhoven(1808-1874) , 1e luitenant genie O.I.L. en bierbrouwer te Amsterdam. Elisabeth Jacoba overleed op 22 maart 1906 te Menton (Frankrijk). In haar boekje "Gods kracht in zwakheid volbracht" beschrijft zij het ontstaan en de ontwikkeling van de zending. (Het Utrechts Archief)
Links:
- Th. van den End Ragi Carita Sejarah Gereja Di Indonesia Volume 2 - Google Boeken
- Neukirchener Mission e.V. - Geschichte