Vervoer - Tempo Doeloe

 

Salatiga - vervoer per bus

Toen de trein een belangrijk vervoermiddel tussen steden werd, werden overal spoorlijnen aangelegd.
Naar Salatiga kon dat niet wegens het bergachtige terrein. In Toentang, 6 km. ten noorden van Salatiga eindigde de lijn naar Salatiga met een station. Men moest eerst hier naar toe gaan, om per trein verder te kunnen reizen.
De komst van goede grote autobussen was de belangrijkste oplossing voor het openbaar vervoer.

 

 

ADAM


Een grote busonderneming vanaf ongeveer 1930 voor Salatiga belangrijk, was de ADAM. Die onderhield een geregelde dienst, met grote bussen (voor 32 passagiers) over het traject Semarang, Salatiga, Bojolali en Solo v.v. Onderweg waren vaste haltes. Het busstation van Salatiga kon als een eind- en beginstation beschouwd worden. Bussen van en naar Semarang waren vaak vol. Het traject is 100 km. Omdat Salatiga op een gebergte ligt en Semarang en Solo in een laagvlakte, heeft deze weg veel hellingen. Sommige zijn heel stijl.  

Van deze maatschappij was ook de schoolbus naar Semarang v.v. Vanaf het begin van de Japanse tijd, in 1942, reden er door gebrek aan benzine geen bussen meer. Nadat de Japanners de bussen hadden gevorderd, hield de maatschappij op te bestaan.

Bussen van de ADAM

1. Bussen van de ADAM-Midden-Java N.V.
Foto uit brochure "Vestigt u te Salatiga" (ca.1934)

 

Piccolo's


Sinds1935 was er een andere busonderneming actief, die met kleinere bussen (voor 20 passagiers) een snelverbinding onderhield op hetzelfde traject als die van de ADAM. Zij noemden zich de Piccolo's. Deze bussen probeerden de ADAM te beconcurreren door een kortere reistijd en frequentere verbinding: ze vertrokken wanneer de bus bijna volwas. Toch prefereerden velen de Adam, omdat deze vaste vertrektijden had en de snelle busjes vaak bij ongelukken betrokken waren. De maatschappij was gevestigd aan de Soloseweg (Jl. Jend. Sudirman), tegenover de splitsing van de Hospitaalweg (JL. Dr. Muwardi). Na een paar jaar waren de Piccolo's plotseling verdwenen. Waarschijnlijk hadden ze hun activiteiten verplaatst naar een andere plaats.

SALAM (Salatigase Autobus Maatschappij)

 

Een klein busbedrijf met twee grote oude bussen, vanaf t 1935, was de SALAM. Deze onderhield een geregelde dienst van Salatiga via Tingkir naar Soeroeh v.v. (ca.15 km.) . De eerste bus naar Salatiga was ook een schoolbus, maar de kinderen moesten met een gewone bus terug. Onderweg werd op verzoek of op een stopteken gestopt. De petani (kleine landbouwers) vervoerden hun producten hiermee naar de pasar (markt) in Salatiga. Hun producten lagen in een grote imperiaal op de bussen. De Chinese eigenaar was tevens bestuurder op één van zijn bussen. Zijn laatste aanwinst was een van 20 zitplaatsen voorziene grote verouderde lijkauto. Deze bussen konden in de Japanse tijd ook niet rijden en kwamen later niet terug.
Vroeger waren er ook enkele oude auto's als taxi. Deze werden vaak voor een dag gehuurd voor familiebezoek of uitstapjes buiten de stad met het hele gezin. Weinigen bezaten in die tijd een eigen auto.

Dokar


De dokar was ook een veel gebruikt vervoermiddel. Door de vele hellingen in de stad, kon die alleen voor korte afstanden gebruikt worden. Becaks waren niet te gebruiken.
Het busstation lag destijds op de hoek van de Soloseweg (Jl. Jendr. Sudirman) en de Kerkhofweg (Jl. Taman Pahlawan), ten noorden van de oude pasar.
Voor vervoer over grote afstanden was men in de Japanse tijd aangewezen op de fiets. Een bruikbare fiets was destijds schaars, omdat toen de Japanners lndië wilden binnenvallen, de Nederlandse overheid alle kettingen van fietsen opeiste en die vernietigde. Ze waren bang dat de Japanners de fietsen zouden vorderen om zich snel te kunnen verplaatsen. Gelukkig waren er velen die een fietsketting achterhielden en zo een bruikbare fiets hadden. Een jaar later was de moeilijkheid dat er geen fietsbanden meer te krijgen waren. Alle fietsbanden werden destijds geimporteerd. Omdat er veel rubber was, maakte men hiervan massieve banden. De latex (rubbermelk) liet men in een lange bak die de vorm had van een fietsband hard worden en vervolgens bond men de uiteinden met ijzerdraad aan elkaar. Voor het maken van luchtbanden had men de kennis en de machines niet. Dit betekende: op de fiets met harde banden over slecht onderhouden wegen hobbelen.

Eddy van de Wal

Zie ook : foto album Bis ESTO >>

Menu



Tempo doeloe